
Scent of a Woman
Deze film blijft me begeesteren. Ik blijf bij mijn standpunt dat het meer dan waarschijnlijk de mooiste film is. Bovendien kan ik me het beeld van Al Pacino zo voor de geest halen. Meesterlijke vertolking.
Mijn hernieuwde interresse voor deze speelfilm kwam eerder toevallig tot stand. Op een dag, niet eens zo heel lang geleden, kwam ik in de koffiebar en daar was een meisje dat me bediende en haar naam was Fleur.
Ik had de meeste moeite met het herkennen en herinneren van de combinatie meisjesnaam en gezicht en had haar al eens Maurane genoemd, en Charlotte tegen Maurane, enzovoort.
Gelukkig nam ze het me niet kwalijk. Ze had een heel mooi snoetje – ik heb enige moeite met het feit dat ik dat als 64-jarige man uitspreek – maar ik bedoel daar helemaal niets slechts mee.
Bovendien vind ze zichzelf niet mooi – ik ga dat verder niet beamen nog betwisten maar moest u de foto’s zien die ik ooit van haar heb gemaakt (op verlegen verzoek) dan zou u waarschijnlijk tot dezelfde conclusie komen. Nee, dus is en was ze een mooi snoetje.
Wat we mateloos ergert is hoe onzeker jonge mensen zijn over hun uiterlijk. We moeten niet ontkennen dat de sociale media meer dan een kwalijke rol spelen in dit verhaal. Elk jong meisje gaat op zoek naar figuren die haar inspireren – maar dat de sociale media zeker niet vrijuit gaan bij het creëren en instandhouden van de nieuwe schoonheidsidealen die leiden tot onzekerheid en zelfondeschatting. Ik zeg niet dat jonge meisjes zich onderschatten, maar ze overwaarderen de uiterlijke schoonheid en bij de minste afwijking van dit ideaal, zien zij met een vergrootglas elke zogenaamd foutje. Ik herinner mij de uitspraak ‘çe sont les petit defaults qui font la difference entre la beauté et çe qui est vraiment interressante’
Fleur leidde aan het ‘spiegeltje spiegeltje aan de wand’ syndroom. Ze was misschien niet zo mooi als sneeuwwitje maar ze had zeker een mooie uitstraling. En de heks van het wereldwijdeweb kon daar geen genoegen mee nemen en bezorgde haar het vergif – de zure appel waarvan ze beet en die haar onzeker maakte.
Ik wijk teveel af.
Fleur dus; de foto’s die ik aan haar bezorgde, haar moeder die de foto’s ook mooi vond, ik was ten zeerste gecharmeerd door de appreciatie. Maar lees dan het volgende relaas en dan weet u onmiddellijk waar ik heen wil.
Addendum: het is bijna 5 jaar geleden dat ik mezelf dit cadeautje schonk, daarmee bedoel ik het blogje over ‘Scent of a woman’ met de memorabele acteur Al Pacino.
Ik besef nu meer dan ook dat deze tekst me tekent en betekent, dat ik beken dat ik het ben die een betekenis zoek – een bewijs van mijn bestaan – dat ik meer waard ben dan wat ik heb geschreven, de bijeengesprokkelde gedachten en gevoelens op papier zetten die me definiëren.
Ik ben geen groot schrijver, zelfs geen kleine, ik schrijf zonder dat ik a la lettre een schrijver wil zijn – dat wil ik niet meer, niet persé. Daar ben ik ook nog maar een jaar mezelf mee aan het treiteren. Schrijvertje van mijn kloten, denk ik soms.
Net zomin als ik een fotograaf ben omdat ik mooie foto’s maak (some people say, maar wat voor een referentiekader vormen deze personen?) – ik ben een fotograag – om eens een zelfverzonnen woord te gebruiken (zal straks weerom blijken dat ik niet de eerste ben die deze woordspoeling gebruikt heb).
Bescheidenheid siert de mens. Ik blijf bescheiden ook al streef ik naar erkenning, dat is niet bepaald bevorderlijk voor mijn geestelijk welzijn. Wanneer mensen zeggen dat ik weer prachtige foto’s heb gemaakt dan vraag ik me altijd af of ze dat echt vinden of omdat ze vinden dat ze me een hart onder de riem moeten steken.
Laat mij maar doen, ik modder wel wat aan, al het slijk der aarde kan mij niet deren onder het motto “Don’t wrestle (in the mud) with a pig, you will get dirty and the pig will like it” ga ik de boosdoeners van deze planeet te lijf. Ik zal er inderdaad al snel uitzien als een veldrijder die niet om de eerste plaats kan rijden, gewoon genietend van de modderspatten die mijn voorganger via zijn achterwiel op mijn tronie projecteert. Meedoen is de boodschap en er zijn zoveel verliezers als er deelnemers zijn – 1.
Laat mij maar ploeteren. Doet mij denken aan de parabel over de vogel die in de stront terecht komt. Een vogel valt vanuit zijn warme nest op de koude grond. Een koe hoort het meewarig gepiep van het vogeltje en komt al snel tot de conclusie dat het vogeltje onderkoeld gaat worden als het niet snel enige warmte vindt. De koe draait zich om en schijt op het vogeltje. Het begint zowaar nog harder te piepen – in de overtuiging dat haar mama snel zal komen aanvliegen om het te redden uit deze stinkende brei. Maar een wolf hoort het en rent naar de koeienvla – borstelt het vogeltje zo goed en zo kwaad mogelijk af en verorbert het in 1 hap. Moraal van het verhaal ‘mensen die je op je hoofd schijten hebben misschien het beste met je voor en diegenen die je uit de shit helpen zijn niet je vrienden en hebben allerminst goede bedoelingen.
Ik kan er wat van hoor. Mijn hele leven is een gevecht tegen shit geweest – hopen koeienvla – en ik weet nu dat het lekker warm is in de shit en dat ik al die redders die me willen helpen meestal alleen maar uit zijn op heldenstatus. En shit is een heel uitgebreid begrip van negeren tot standaard facebook duimpjes – zo van – we zullen een hartje sturen aan Stefan voor zijn mooie schrijverijen/foto’s – hij zal er content mee zijn. Wel ik ben er inderdaad content mee want radio of in dit geval sociale netwerk stilte is niet te verdragen. Het is zo tweeledig – ik haat facebook omdat het mij tegelijkertijd doet ‘craven’ naar erkenning en anderzijds geen enkele waardemeter is. Dus ik zit te wachten op hartjes en duimpjes en als ze er zijn dan vraag ik me af wat ze waard zijn.
Wanneer ik geen klein duimpje zie dan geloof ik niet in het sprookje en als ik het zie dan is het een lifter langs de kant van de weg die ik voorbij roetsj (als ik hem al niet van zijn sokken blaas). Van nul en generlei waarde.
Laat mij maar in de stront zitten, liever een blode jan dan een dode jan.
Een leeg blad vormt een goed beginpunt. Ik schrijf nog steeds vrij snel en veel maar de gedachtentrein in mijn kop is geen boemel maar een TGV, ik vergeet soms de helft van mijn gedachten; en tegen dat ik het huidige gedacht op de schrijvers Tatami met ippon doe belanden – haken de andere gedachten af en verdwijnen in de massa.
Het kost me wel meer moeite met mijn Parkinson handicap aan een aanvaardbaar tempo het klavier te bespelen. Maar ik slaag er toch nog in iets op ‘papier’ te zetten. Het is een hele prestatie te schrijven, maar mezelf lezen is al helemaal niet in te passen in mijn huidige activiteitenritme.
Wat ik het liefste doe is op ontdekkingstocht naar mezelf gaan door oude manuscripten ter hand te nemen en te herontdekken wie ik ben, waar ik voor sta en wat ik voor mezelf beteken. Zo vind ik de zin terug van mijn bestaan. Of de ‘onzin”’. Ik heb de goedkeuring helemaal niet nodig, noch de kritiek op mijn schrijven, waarvan ik weet dat het geen kunst is – kunde is nog geen kunst – ik kan spreekwoordelijk een aardig stukje met de bal tegen de muur slaan, maar daarom ben ik nog geen padel-kampioen of squash of tennis, al lijkt het allemaal op elkaar. Het leukste vond ik trouwens jokari tennis. Het liefst nog met zijn twee – waarbij je ze hard mogelijk tegen de bal wil slaan en dan liefst de bal rakend zodanig dat je tegenspeler wordt bekogeld door een terugkerende bal die zo snel is hij of zij niet snel genoeg kan reageren en pats boem de bal doel treft.
Je moet al aardig volhouden met wat je bezig houdt, alsof ‘oefening baart kunst’ een dogma is.
“Ik moet just niks “ – zo mag ik Wout Van Aert quoteren. Hij heeft recht van spreken – willen is kunnen, zo pleegt men te zeggen. Maar willen is nog net niet winnen, en kunnen is ook nog geen kunst. Meedoen is belangrijker dan winnen. Ah ja? Daar ben ik niet van overtuigd. Je kan niet winnen zonder mee te doen maar je kan wel bekend worden en dat is toch ook een soort ‘winnen’? Je wil toch niet anoniem in het peloton meerijden. Onbekend is onbemind. Dus meedoen is pas belangrijk als anderen (toeschouwers of concurrenten) je kennen.
Ik zal vaak ontkennen dat ik talent heb – je maakt veel foto’s en je gooit de slechte in de prullenbak. Zo gaat dat tegenwoordig. Het kost geen geld om foto’s weg te gooien. Maar om de mooiste foto’s te maken is het vooral belangrijk op het juiste moment scherp te stellen en de ontspanner in te duwen. En er op letten dat je dieptezicht, horizon en compositie elkaar aanvullen. Tegenwoordig allemaal te verbeteren met je foto editing toolkit.
Ben ik soms onbekend? Ik zou begot niet weten hoe dat te veranderen zonder mezelf schade te berokkenen of pijn te doen, of belachelijk te worden gemaakt, ik weet ook niet of ik het echt wil.
Het is nu wel erg laat geworden om de tegoedbon voor bekendheid om te ruilen voor een virtuoos talent. Ik mag dan talent hebben waar naartoe om nog snel voor de finish enige roem te verwerven.
En de originele blog mag niet ontbreken.
‘IF YOU GET TANGLED UP IN A TANGO, JUST TANGO ON’ – AL PACINO – SCENT OF A WOMAN
NU
Ik kan niet tegen de haat, ik kan zelfs niet tegen de stilte van de gevoelloosheid. Er is geen woestijn waar geen gevoelens wonen, geen hete Kalahari en geen koude Tibetaanse hoogvlakte. Geen Namib is groot genoeg om de stilte van het negeren te omvatten.
Waar ben ik mee bezig? Ik verklaar mijn liefde. Eerst en vooral de liefde voor mezelf. Ik heb mezelf lief, met al mijn gebreken en talenten, beide in overdreven vorm. Zonder de liefde voor mezelf zou ik geen letter op papier hebben gezet. Liefde voor jezelf, dat is het startpunt voor alles wat je in het leven onderneemt. Zonder dat is er alleen maar een eindpunt. Niets is ontoelaatbaar, je kan nog beter haten dan proberen niets te voelen. Niets voelen is een straf. Je kan je gevoelens negeren, maar daarom zijn ze nog niet weg. Als je wil leven moet je voelen. Liefde is op de eerste plaats voelen. Hoe voel jij je vandaag?
Hoe voel ik me vandaag? Vandaag is een belangrijke dag. Waarom? Niet omdat het donderdag is, of 24 September 2020, maar omdat elke ‘vandaag’ belangrijk is. “Vandagen” zijn er niet om verspild te worden. Gisteren mag je verspillen en van morgen mag je alles dromen wat je maar kan verzinnen, maar vandaag moet ‘het’ gebeuren.
Naast de liefde voor mezelf, is er de liefde voor het nu. Nu ben ik mezelf, niet meer en niet minder, en niemand weet precies wie ik ben, ikzelf weet het ook niet, maar ik ben het ‘nu’. Ik ben mijn verleden niet en ik heb geen toekomst.
Ik stel me de vraag. Als er geen mens zou zijn, geen enkele, die over gisteren, vandaag, en morgen zou nadenken, zou de tijd dan zelfs bestaan? Zijn het niet alleen maar onze gedachten die een tijds kader nodig hebben om te kunnen communiceren met andere denkende wezens? Ik wijk af, al is het een interessante gedachte gebaseerd op de volgende welbekende vraag. ‘If a tree falls in a forest, and there is nobody to hear it, does it make a sound?’
Liefde. Liefde is mooi. Er zijn vele vormen maar komen ze niet allemaal op hetzelfde neer? Liefde is uniek – liefde is geen copy van zichzelf. Liefde moet zich elke dag opnieuw uitvinden. Het is hetzelfde cadeau maar steeds in een andere verpakking. Gek genoeg hoeft liefde niet wederkerig te zijn om toch de moeite waard te zijn. Dat is de liefde van morgen. Jij weet het maar die andere niet; nog niet.
Liefde kan voltooid verleden tijd zijn en toch helemaal verweven met het heden of de dromen van morgen. Het kan een spiegel zijn die wanneer je naar toekomst wandelt, met de blik vooruit, je de aanstormende herinneringen doet opmerken. Herinneringen die je toekomst penetreren, die je, nostalgisch als je bent, doen teruggrijpen naar de tijden van intens geluk. Het kan zijn dat je je geluk vindt in dat verleden, maar vergeet niet dat je hersenen heel vergevingsgezind zijn. Pijn en smart slijten met de erosie van de tijd.
En soms is liefde niet genoeg. En soms is liefde teveel. Dan gaat liefde in de fout. Of het is een gebrek aan wederkerigheid, of het is te veeleisend, dan zijn de verwachtingen te hoog, dan is de verwezenlijking een ontgoocheling. Het kan moeilijk zijn om het samenspel in balans te krijgen.
Mag je uit liefde fouten maken? Kan je iemand ‘te graag’ zien? Ik denk dat het twee vragen zijn die ik met ja zou beantwoorden. Ik heb uit liefde fouten gemaakt en ik heb mensen te graag gezien. Soms, denk ik, (die eerste komma hoort daar te staan al zullen er sommigen zeggen ‘Ja. Soms denkt hij.’) ben ik teveel bezig met mijn gevoelens, en die boren elk begin van rationaliteit de grond in. Dan geeft mijn verstand niet thuis. Oh, jawel, ik heb goede raad en inzicht voor iedereen, deels gebaseerd op ervaring, deels observatie van andere mensen, en dan nog wat stukjes wijsheid ontvreemd aan boeken, cursussen, en andere bronnen. Als je me zo op de man af zou vragen ‘En komt die wijsheid je ook van pas?’ dan zou ik eerlijk moeten zijn en antwoorden ‘Gek genoeg niet.’
Maar als het over de eerste persoon enkelvoud gaat, dat gaat het vaak enkel fout. Soms al vanaf de eerste stap. Dan overrompel ik, overspoel ik, stort ik als een waterval die uit een dambreuk ontsnapt door de vallei van gevoelens en sleur alles mee. Zelf ben ik het water, ik guts en klater, in plaats van te vloeien. Een draaikolk, een maalstroom, en ik ga in mezelf onder.
Ja, dan blijft er niet veel over om iets op te bouwen. Daar helpt geen lievemoederen aan. Er valt weinig te redden, geen meubelen, niks. Misschien herkennen er mensen dit gevoel. Euforie. Ik dacht altijd dat het hoorde bij de overwinningsroes, je super voelen, inspiratie ten voeten uit, en dat paard dat galoppeert in je borstkas is niet meer dan je hart dat op hol slaat. Als ik op zo’n mallemolen zit, dan geniet ik echt van dat rondjes zwieren in de draaimolen. Dat is pure gein en geef ik het houten paard de sporen.
Dat is allemaal niet zo leuk als je aan de andere kant van de vergelijking staat om het in wiskundige termen uit te drukken. Eén vergelijking met één onbekende, dat valt nog op te lossen, maar meestal zijn er twee onbekenden, zeker in het begin, dat los je niet op door overrompeling. Je mag er nog zoveel met je pet naar slaan als je wil, het antwoord is dan meestal een dikke vette ‘0’.
En toch, als het uit liefde niet mag, wat mag er dan nog wel? Moet alles zo afgemeten en voorzichtig ingedeeld worden. Wat is het verschil tussen 1 dag, 1 week, 1 maand, etc. Eén seconde kan toch genoeg zijn om te weten ‘This is it’ of ‘Absolutely Not’. Maar als dat het tweede is, dan doet het toch pijn hoor. Maar laat ons eerlijk zijn, we gaan toch niet uitstellen met conclusies te trekken als we weten dat het niet goed is? Ik ken de valkuil wel van ‘morgen wordt alles beter’. Vervang het woord ‘beter’ door ‘anders’ en ik kan mezelf gedeeltelijk terugvinden in de redenering maar; en daar ben ik zeker van; dat ‘Mañana’ is alleen maar uitstel van executie, mensen veranderen niet.
Zelden worden dingen beter door ze niet aan te roeren, tenzij het gebotteld is, maar zelfs dan.
Liefde kan zo vergevingsgezind zijn en tegelijkertijd comfortabel dat je vergeet dat je jezelf volledig wegcijfert. Hoe meer je geeft, des te meer je verliest. Liefde kan geen liefde zijn of blijven als het eenrichtingsverkeer is. Daarvoor is het leven tekort. Liefde kan ook geen territorium of bezit zijn. Echte liefde maakt je vrij, en als je in die vrijheid ontdekt dat je partner gelukkig is met je, dan brengt dat rust. Wordt die vrijheid misbruikt dan bevestigd dat alleen maar dat het geen echte liefde is of was.
Geniet ervan – het Nu – en maak de liefde waar.
Het is twintig na zeven als ik op de klok in de camper kijk, dan vraagt de kolonel aan Charlie in ‘Scent of a Woman’,”Hoe laat is het Charlie?” en hij antwoordt aan de kolonel “Twintig na zeven”. Al Pacino speelt een superieure rol als blinde kolonel die op zoek is naar een ultieme beleving van alle zintuigen. Ondertussen spuwt hij vuilbekkende taal, maar subliem in hoe hij zijn tegensprekelijke oprechte en erudiete opinie lardeert met iets minder fijnbesnaarde taal.
Het regent, dus een ochtendwandeling zit er waarschijnlijk niet in. De nachtrust is vaak onderbroken geweest door Odette, en ondanks het de naam van een vrouw is, laat ik jullie geruststellen, veel verder dan de storm die door mijn hoofd waait, er is geen boom gesneuveld, gelukkig maar.
Sommige van zijn uitspraken zijn gewoonweg treffend. Je moet een genie zijn om dat soort dialogen in elkaar te boksen. Ik kan er me wel in vinden. ‘If you get tangled up in a tango, just tango on’.
Blij dat ik deze film heb opgezet. Ik zat in een dipje. De tranen wellen op in mijn ogen als ik de scêne zie waarin de kolonel de tango gaat aanleren aan Donna. Een meisje dat een tafel of twee verderop zat van waar de kolonel (Frank) en Charlie zaten te lunchen. Ik denk dat het pure verliefdheid symboliseert.
Als God de vrouw echt geschapen heeft uit een rib, waarom blijft het dan pijn doen op die plaats. Waarom zijn vrouwen zo mooi, zo verleidelijk, heeft God dan het beste stuk van de man genomen? Is de man enkel de overschot in een maatpak? Een vrouw geurt, verwacht, verwarmt, verzacht, … ik heb het altijd gevonden, vanaf ik klein was, de eerste keer verliefd werd, op Anneke. Ze weet het vast niet meer maar ooit heb ik gezegd, veel ouder dan 4 kan ik niet geweest zijn, “ik ga met u trouwen”.
Met An ben ik nooit getrouwd, er zijn natuurlijk ruim 4 miljard vrouwen waarmee ik niet getrouwd ben, maar die allemaal mooi zijn. En wat is het tweede mooiste dat niet door God gecreëerd is, maar door een man, een man met heel veel pijn in het hart, voornaam Enzo, of was het Dino, maar altijd rood. Ferrari. Het galopperende paard, dat van een verliefde jonge kerel, het hart op hol. Maar niets vergeleken met een vrouw.
Ik heb ook nooit met een Ferrari gereden.
‘Mijn hele leven heb ik me verzet tegen anderen, omdat ik belangrijk wilde zijn.’ Dat is een zin uit de film, niet iets dat ik net uit mijn mouw heb geschud. Wat bevat deze film zoveel van mijn gevoelens. Al ben ik niet blind, ik herken het destructieve, de onvrede met mijn situatie. Maar ik herken ook het hunkeren naar affectie, de herinneringen aan de warmte, het zachte, … en de geur. De geur gaat nooit weg.
Hoe mooi het is? Hoe lekker het ruikt? Ik kan het niet beschrijven. Ergens tussen karamel en honing met de smaak van Spa Blauw, een vleugje citroen, niet meer dan een druppel op een vinger, er mag een korreltje zout bij, de geur van versgemalen koffie met heet water vermengd op tien meter afstand, de zon die schroeiend schijnt op het mulle zand van het strand vermengd met koele zeebries, en één blaadje van een rode roos, de Baccara roos om precies te zijn, en geen andere. Als u er ook nog een likje single malt van een jaar of 18 bij wil doen, ‘be my guest’. En lippen, een heel klein kusje, op mijn voorhoofd, zodat je zachte huid mijn neus bedwelmd met het verdampende leven van een jonge freule.
Nu heb ik het ‘wat niet te beschrijven’ is, tot in de puntjes gedefinieerd. Maar ik wil enkel zeggen, het leven kan niet mooier zijn dan met woorden te vatten, dan dat wat je kan ruiken. ‘Fleurs De Rocaille’ – bloemen van een beek – dank u ‘Scent of a woman’ – iris, jasmijn, mimosa, amber en sandelhout.